Het entreeplein van het Noordbrabants museum aan de Verwerstraat blijft grotendeels ongewijzigd. Wel krijgt, in aansluiting op de architectuur, de hoofdentree een meer symmetrische opzet met een centrale trappartij en hellingbanen aan weerszijden daarvan. Voorgesteld wordt om, net als aan de zuidzijde van het plein, aan de noordzijde de Binnendieze vanaf de Waterstraat weer open te graven met aanlegmogelijkheden voor bootjes. Het nieuwe entreeplein van het SM’S is aan de Mortel gesitueerd, aan de andere zijde van het museumkwartier. Inzet van het inrichtingsplan is om dit plein, net als de nieuwbouw, een eigen identiteit en eigentijdse uitstraling te geven. Het hart van het museumkwartier en een belangrijke schakel tussen het Noordbrabants Museum en het SM’S, vormt de centraal gelegen museumtuin. Inzet van de plannen is om de beeldbepalende elementen uit het oorspronkelijke ontwerp (MTD landschapsarchitecten; 1997), de golvende grasmat, het gewelfde klimopveld en als belangrijkste de aanwezige monumentale bomen, te behouden. Ook het terras bij het restaurant blijft gehandhaafd. Vanaf hier ontstaan mooie zichten op de in het groen geëxposeerde beeldencollectie. Een wandelpad leidt naar een sculpturale bank aan de andere zijde van de tuin, die zich insnijdt in de glooiing. Nieuw gegeven voor de museumtuin is dat deze met de laatste plannen aan vier zijden begrensd zal worden door museale gebouwen; de glazen verbindingsgang tussen het Noordbrabants Museum en het SM’S vormt hierbij een architectonisch antwoord op de transparante gaanderij aan de overzijde. In het avondbeeld wordt de binnentuin via deze glazen wanden aangelicht. In aanvulling hierop worden een aantal bomen in de tuin door grondspots subtiel verlicht.
meer informatie